Wolvengejammer

Huilende wolven, jammerende mensen. Je kon er op wachten. Ik heb het eens opgezocht in het onvolprezen archief van de Leeuwarder Courant. Op 12 maart 2004, dus dik veertien jaar geleden, schreef ik onder de kop ‘Als de wolven komen’ een soort vooruitblik. De wolf hield zich toen al op in de omgeving van Hamburg en Bremen. Of het dier naar ons zou komen was niet de vraag, het was alleen nog afwachten hoe lang het nog zou duren.

Ondertussen is het dier zelfs bij Buitenpost gesignaleerd. De plaats waar ik geboren ben, en opgroeide. Waar ik in de landerijen rondzwierf en de natuur leerde kennen. Nooit stond ik er bij stil dat hier ooit een wolf zou kunnen komen. Maar nu hij er is: fantastisch. Ook al komen  uit deze omgeving nu al de meldingen van gedode schapen.

Het voorspellen van zulke gevolgen van de komst van de wolf was ook veertien jaar geleden al eenvoudig. Jammerende boeren zouden reppen van verscheurde schapen, wisten we toen al, met de luide roep de wolf vooral te bejagen.
Toen al was er ook de prognose dat de overlevingskansen van het roofdier bij ons niet groot zullen zijn en dat het bij een kleine populatie zal blijven. Onderzoek in Duitsland wijst uit dat van de jonge wolven 70 procent het eerste jaar niet overleeft. Veel komen om in het verkeer. Dat zal in ons land, met zijn fijnmazige wegennet, niet anders zijn.
De overheid is er al een paar jaar klaar voor. Er is nagedacht over de gevolgen en er kwam een schaderegeling tot stand.

Verspreiding van de wolf in Europa.

Nu is het dan zover. In het noorden van het land heeft zich een wolf gevestigd. Blijvend, zoals het nu lijkt. Maar aan de klaagzangen van de mensen te horen, zijn die er nog niet aan toe. We willen kennelijk niet over de consequenties nadenken voordat een dier als de wolf zich ook daadwerkelijk laat zien.
De grote rover heeft, zoals viel te verwachten, in onze provincie ondertussen schapen gedood. Een stuk of wat. Direct is het mis. De schadevergoeding wordt ontoereikend genoemd, luidkeels wordt om beheer geroepen. Waarbij met beheer doodschieten wordt bedoeld.
Wat vooral verbaast, is dat mensen net doen alsof de komst van de wolf een grote verrassing is. Dat we er door zijn overrompeld, dat er nog helemaal niks geregeld is. Dat slaat dus nergens op.
Maar erger is het dat vanuit die gedachtegang hard geroepen wordt om bestrijding van het beest. Dat is nou net niet de kant die het op moet. De natuur, ook de onze, is gebaat bij de aanwezigheid van de wolf. Het is een toppredator, een dier dat aan de top van de voedselketen staat. Daar komt bij dat de wolf er in ons land van oudsher bij hoort, anders dan welke exoot dan ook.
Wat nog wel moet worden geregeld, is het verfijnen van de schaderegeling. Beperk die niet tot schapen en andere dieren die zijn gedood, maar schaar er ook de dieren onder die indirect het slachtoffer zijn. Zoals schapen die zich uit doodsangst te pletter lopen tegen prikkeldraad of voortijdig hun lammeren werpen.
Maar verder: wees welkom wolf. En voor de mensen: stop met dat gejammer.

Laat opmerkingen zien (1)

Reacties

  • Jan de Jong

    Mooie stukjes van “Oehoeboeroe”. Word Oehoeboeroe niet bang van de kleine en grote drone’s die in aantocht zijn?. boven elk weiland straks een drone/vervoer straks per drone/ medicijnen per drone/ post per drone/ vliegtuigen die af en aan vliegen/ etc. . De toekomstvisie is voor de natuur onheilspellend. Het luchtruim is allang niet meer voor de vogels. De mens wil beschikken over de natuurwetten.
    Groeten uit Joure.